| |
Geschiedenis
't Veerhuis Ravenstein
Gelegen in de meest zuidoostelijke punt van het bovenste hoornwerk,
even buiten het centrum van het stadje heeft 't Veerhuis een zeer
markante plaats in de vesting Ravenstein.
De ligging aan de Maas was een hoofdvoorwaarde
voor het ontstaan van het stadje. De tol die geheven werd van passerende
schepen was de aanvankelijke bestaansbron. De oversteekplaats aan
het einde van de strang (haven) was voor Ravenstein en het achterland
de verbinding met Gelderland. In 1644 is er al sprake van een veer,
dit werd tezamen met de strang aan ene Mathias Romer in leen gegeven.
Uit historische documenten blijkt dat dit in 1653 schriftelijk is
bekrachtigd. Het veer bestond in die tijd uit een zogenaamde gierpont,
die door de stroom van de rivier werd voortbewogen. De rivier was
de bestaansbron, maar ook een barrière. In de zomer vrijwel
onbevaarbaar en 's winters een brede kolkende watermassa dat de
erachter gelegen gebieden bedreigde. Bij gevaar van dijkdoorbraak
was 't Veerhuis de commandopost van waaruit de dijkbewaking werd
georganiseerd en gecoördineerd. In ieder jaargetijde was er
wel iets te beleven en was er activiteit bij het veer.
"Den 9 april 1805 is den
eersten steen gelecht door den Jongenheer J.T.A. Kleinefeldt"
Dit is de tekst op de gevelsteen boven de voordeur
van 't Veerhuis. Bijna tweehonderd jaar geleden is het gebouwd,
in de tijd dat mr. Kleinefeldt de schout van Ravenstein was. Vier
jaar na de eerste steenlegging kreeg Ravenstein koninklijk bezoek.
Koning Lodewijk-Napoleon, de eerste koning van Holland, overnachtte
tijdens zijn rondreis door Holland in Ravenstein. Op 22 april 1809
werd hij gehuisvest bij de schout mr. J.T.A. Kleinefeldt. Door de
tekst op de gevelsteen is het verband duidelijk.
In de begintijd bestond de indeling van het pand
op dijkniveau uit een brede gang met aan weerszijden heen een zaal.
In het achterhuis bevonden zich woonvertrekken en een grote deel.
Links naast het Veerhuis stond een schuur, waarvan later het voorste
gedeelte werd uitgebreid tot een woonvertrek voor de pontknecht.
In deze vorm bestond het Veerhuis ruim honderdvijfentwintig jaar.
Aanvankelijk bestonden de activiteiten uit café, veerpont
en boerderij. In 1932 werd een forse uitbreiding gerealiseerd door
middel van een volledig boven-verdieping met hotelaccommodatie.
Aan het einde van de tweede wereldoorlog was het
Veerhuis een belangrijk bruggehoofd. Een grote keuken was ingericht
ten behoeve van de passerende geallieerde troepen. Ook bood 't Veerhuis
het eerste onderdak op vaderlandse bodem aan Nederlanders die terugkeerden
uit het toenmalige Nederlands-Indië, zij zouden geleidelijk
de Nederlandse keuken gaan waarderen, naast de uitgebreide rijsttafel
die toen vast onderdeel van de spijskaart vormde. In de jaren daarna
ontwikkelde 't Veerhuis zich steeds meer tot een gastvrij onderdak
voor reizigers, die zich hier tegoed konden doen aan de spreekwoordelijke
Brabantse gastvrijheid. In de jaren die volgden, werd de restaurantfunctie
van steeds groter betekenis. Het Veerhuis mocht zich in toenemende
mate verheugen in het bezoek door toeristen te land en te water
en in die tijd ontstond het bekende terras aan de Maas.
Nu kunt u getuigen van de grote inwendige verandering
die 't Veerhuis onlangs heeft ondergaan, waardoor de culinaire beleving
tot een maximum kan uitgroeien. Het dynamische karakter van 't Veerhuis,
als gevolg van de ligging en uitstraling wordt hiermee nogmaals
bevestigd.
"Zoals tweehonderd jaar geleden
de gast van mr. Kleinefeldt ontvangen werd, zo kunt ook u hier Vorstelijk
genieten."
Land van Ravenstein
't Land van Ravenstein; eens een soevereine
staat, gesticht in 1360 door Walraven van Valkenburg. "Het
vergeten stadje met zijn sluimerende vesting heeft zijn oorspronkelijke
karakter erg gaaf bewaard en vertoont een vrijwel origineel stratenpatroon
met een monumentale bebouwing"
Ravenstein, hoe klein dan ook, heeft een grote
rol gespeeld in het verre verleden en is één van de
16 Nederlandse Vesting-steden. Het gebied dat nu als Ravenstein
bekend staat, heette in de Middeleeuwen het "Land of Heerlijkheid
van Herpen en Cuik". Het jaar 1360 wordt als de stichting van
Ravenstein beschouwd. De leenman Walraven van Valkenburg verplaatste
toen zijn kasteel van Herpen naar een nieuwe locatie aan de rivier
(het huidige Ravenstein). Hij hoopte zo de tolheffing op de Maas,
waarmee hij in 1355 mee was begonnen, beter te kunnen controleren.
Walraven van Valkenburg, zoon van Maria van Cuik van Herpen en Jan
van Valkenburg, heer van Borne, Sittard en Susteren stief kinderloos
in 1378. Rondom het kasteel groeide een nederzetting die reeds in
1380 van Reinout van Valkenburg, de opvolger van Walraven, stadsrechten
verwierf. Na de slag bij de Kleverham in 1396 kwam Ravenstein onder
Duits gezag.
Het unieke is, dat het "Land van Ravenstein"
een soevereine staat was, die de dorpen Herpen, Schaijk, Reek, Velp,
Uden, Boekel en Volkel omvatte. Dit bleef zo, tot de komst van de
Fransen in 1795. In 1805 eindigt de "status aparte" van
het Land van Ravenstein en na de val van het Franse keizerrijk onder
Napoleon in 1813, ging de oude heerlijkheid deel uitmaken van het
Koninkrijk der Nederlanden en werd in tien gemeenten opgedeeld.
Het Kasteel van Ravenstein werd in 1360 gebouwd en in 1818 tot en
met de fundamenten gesloopt om bij de Ravensteiners elke gedachte
aan zelfstandigheid of soever-einiteit uit te bannen.
In de tweede helft van de vorige eeuw begint Ravenstein
aan een nieuwe bloeiperiode, mede door de komst van bedrijven en
door de bouw van een spoorbrug in 1872. Na de Maas-kanalisatie in
de jaren 1930-1940 echter volgen de ver-anderingen elkaar steeds
sneller op. Symbool daarvan is de verkeersbrug bij Ravenstein, waar
het geraas van auto's de plaats heeft ingenomen van de dieselmotor
van het Maasveer naar het Gelderse Niftrik. Op 13 juni 1975 nam
Ravenstein afscheid van veerpont "Jeanne" Inmiddels heeft
Ravenstein zijn langste tijd als zelfstandige gemeente gehad en
is nu algeheel aangesloten bij de gemeente Oss.
De twee stadspoorten getuigen nog altijd van de
vroegere sterkte van de vesting. De stadsgrachten, opgenomen in
een parkachtige ambiance, vormen een fraai decor. Het stadje met
haar romantische stadsplein en vele monumentale panden met mooie
gevels ademt nog steeds de sfeer van de vroegere samenleving uit.
De onlangs gerestaureerde stellingmolen 'De Nijverheid' torent hoog
boven de stad uit en wijst u graag de weg naar het stadje met een
voelbaar, zichtbaar verleden.
Terug
naar vorige pagina |
|

"Den 9 april 1805 is den eersten
steen gelecht door den Jongenheer
J.T.A. Kleinefeldt."

"Zoals tweehonderd jaar geleden de
gast van mr. Kleinefeldt ontvangen
werd, zo kunt ook u hier Vorstelijk
genieten."
|